Identiteit/zelfverlies

‘Voor het eerst in mijn leven heb ik het gevoel in een relatie echt mezelf te kunnen zijn.’ Dat zei ik enkele maanden geleden tegen de vrouw met wie ik kort voordien getrouwd was. Achteraf gezien had ik op een vanuit filosofisch perspectief bekeken veel minder problematische wijze mijn grote liefde voor haar kunnen uitdrukken. Wat zou dat immers kunnen betekenen, ‘mezelf zijn’, laat staan dat ‘echt’ te zijn?

            Maar ik blijf zeggen: ik kan mezelf zijn. Tegelijkertijd: niet eerder heb ik mezelf zo ‘verloren’ in een ander als nu. Is dat niet een heerlijke paradox? Bestaat mijn gevoel van identiteit erin mezelf te verliezen in een ander en dat meteen ook als voorwaarde te zien om mezelf te kunnen vinden? Ik ben mezelf in een ander. Door haar ben ik een ander geworden. Met name ben ik mezelf geworden.

            Merkwaardig. Wie of wat was dan mijn zelf voor ik het vond in dit verlies in een ander? Had ik mij dan nooit eerder verloren in een ander? Had ik dan mezelf voordien nooit gevonden? Had ik dan niet eerder mezelf kunnen zijn? Wie zou ik dan wel geweest zijn?

            Filosofisch gezien is dit best prikkelend. En zo wars van een hoofdtendens in ons denken: het waanidee zekerheid en identiteit in zichzelf te kunnen vinden. Mijn zelf kàn echter nooit in mezelf zitten. Ik vind mezelf buiten mezelf. Ik vind het in een tussen. Het tussen van mijn relatie met anderen. Dat tussen dat nooit identiek kan zijn en toch mijn identiteit vormt. Mijn zelf is altijd anders in de ander die mij mezelf doet zien. Mijn blik is niet de mijne. Mezelf zien is mezelf zien in een voortdurende dialoog met wie betekenisvol is voor mij. Die ander die mij betekenis geeft, die ander in wie ik betekenis vind en die mij om betekenis vraagt. We spelen een dialogisch spel, een spel van vraag en antwoord. Elk antwoord wordt opnieuw vraag. Antwoord. Vraag. Antwoord.

            Wie ben ik? Ik ben jou. Ik ben ons. Ik ben mezelf en niet mezelf. Ik word nooit mezelf. Altijd word ik mezelf. Ik hoop mezelf nooit te vinden. Ik hoop mezelf altijd te vinden. Altijd opnieuw. Altijd anders.

            Ze is de spiegel waarin ik mezelf mag blijven zoeken. En verliezen en vinden. Telkens opnieuw ben ik anders mezelf, ben ik zelf anders. Ben ik mezelf. Identiteit: een nooit eindigend spel.

(Deze tekst is een licht gewijzigde versie van een deel van het concluderend hoofdstuk in mijn boek De zinnen van het leven.)

 

2 antwoorden op “Identiteit/zelfverlies”

  1. Bij iedereen ben ik net die andere zelf!!
    Wanneer is dan mezelf IK zelf ?
    Ik geloof dat iedereen ook een ander deel mezelf in me bovenhaalt de goede en slechte zelf, maar welk deel is nog steeds IK zelf
    Ik geloof de goed te zijn maar misschien ben ik de slechte hoe herken ik dan MEzelf??

  2. Gaat het ook niet op voor het telkens opnieuw ervaren van de wereld als we 1 hogere sensibiliteit hebben voor het feit dat elk moment nieuw is?Als we echt in relatie staan met dat telkens nieuwe!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *