Over kritiek en de eigen boezem

 

  1. Kritiek

 

De Frans-Griekse filosoof en intellectuele duivel-doe-al Cornelius Castoriadis zei ooit dat het grote probleem van onze samenleving erin bestaat dat zij er is mee opgehouden zichzelf in vraag te stellen. Dat betekent dat ze niet langer een alternatief ziet voor het eigen model en er dan ook mee heeft gekapt de plicht te onderhouden zichzelf te bevragen en te rechtvaardigen. De vooronderstellingen van waaruit die samenleving wordt opgebouwd lijken stilzwijgend verder te mogen sudderen. Onbevraagd. Onbelemmerd. There Is No Alternative.   

Niet dat kritiek niet meer mogelijk zou zijn. Enkel heeft het hele gamma aan kritische bemerkingen dat een samenleving creatief, verbeeldend en zichzelf corrigerend zou moeten maken een heel ander aangezicht gekregen. Kritiek lijkt gewoon deel te zijn gaan uitmaken van hoe we het eigen leven managen. Elke stap die we zetten vraagt blijkbaar kritische zelfreflectie, als het maar om de eigen, individuele ‘leefpolitiek’ gaat. En zelden zijn we content met het resultaat. Verbeteren is zichzelf verbeteren. Als zelf, als individu. Dat individu lijkt los te staan van de maatschappelijke context.

De Brits-Poolse socioloog Zygmunt Bauman – begin dit jaar op 92-jarige leeftijd overleden – verwijst naar deze ideeën van Castoriadis in zijn boek The Individualized Society (2001). Hij vraagt er zich af of onze samenleving dan niet langer kritiek kan verdragen, er ongastvrij tegenover staat. Dat is niet het geval, meent hij. Eerder heeft de hedendaagse samenleving – en ik denk dat zijn analyse uit 2001 naadloos overeind blijft – een manier gevonden om de gastvrijheid voor kritiek een andere vorm te geven. Ze heeft het kritische denken netjes in het eigen systeem verwerkt en er zo voor gezorgd er zelf immuun voor te blijven.

Bauman gebruikt een mooi (nou ja) beeld om dit te illustreren. Het omgaan met kritiek in onze hedendaagse samenleving heeft voor hem het patroon van een camping. Iedereen die een caravan heeft en de huur van een plek kan betalen is er welkom. Gasten komen en gaan en morren niet of nauwelijks over de manier van beheren van de camping, als de eigen plek maar proper en ruim genoeg is, de elektriciteit werkt en de buren niet teveel lawaai maken. Elke tent- of caravaneigenaar heeft een eigen schema en eigen plannen en vraagt van de campingbeheerder niet meer dan dat: laat mij doen. In ruil gehoorzamen ze netjes de regels en betalen ze de huur. Komen er toch eisen, dan zijn die nooit radicaal, maar moeten enkel het leven en functioneren op de camping een tikkeltje aangenamer maken.

Bauman wijst er nog op dat dit soort kritiek zeer grondig verschilt van vroegere maatschappijkritiek, meestal en eigenlijk altijd van linkse signatuur. Juist, die kant van het politieke spectrum die nu wat oriëntatieloos alle hoeken van de camping afdweilt.

In meerdere van zijn werken vanaf pakweg 1995 – de man schreef in zijn carrière om en bij de zestig boeken – heeft Bauman het over de diepgaande transformatie van een productie- naar een consumptiesamenleving. Wij worden enkel nog aangesproken als consumenten. Om bij zijn beeld van de camping te blijven: we gebruiken wel de campingfaciliteiten, maar houden ons ver van het (mede-)beheer ervan. Fenomenen als het verminderen van politiek engagement, de toename van de ‘ik eerst’-gevoelens zijn manifest aanwezig, maar de veranderde toestand reikt veel dieper dan deze fenomenen. De geschetste transformatie betreft de publieke ruimte op zich. Waar we ons er vroeger voor hoedden dat het private publieke bemoeienissen zou moeten ondergaan (de overheid die zich met ons privéleven bemoeit), is het publieke nu eigenlijk privé geworden. Al onze taken en plichten lijken geprivatiseerd en gaan over onszelf als individu, een individu dat geen burger meer is, maar consument. En Bauman nog: ‘We zijn nu allen individuen, niet uit vrije keuze, maar uit noodzaak’. Gevolg daarvan is dat we oplossingen dienen te zoeken binnen onze privé levenssfeer voor wat eigenlijk maatschappelijke, systemische problemen of contradicties zijn. De kloof tussen overheid en burger is een gevolg van dat leegmaken van de publieke ruimte, de agora. Alexis de Tocqueville wist al meer dan honderd jaar geleden dat de consument de grootste vijand van de burger is.

 

  1. De eigen boezem

 

Ik dacht aan bovenstaande beelden en ideeën van Zygmunt Bauman tijdens mijn lectuur de voorbije dagen van Het Westen onder vuur, een zeer kritisch, maar evenzeer verhelderend boek van de Nederlandse, in Zuid-Afrika levende terrorisme-expert Peter Knoope. Knoope heeft jarenlange ervaring met het fenomeen van internationaal terrorisme. Het verbaast mij dat hij niet meer de media haalt, dan nu het geval is. Het verbaast mij anderzijds echter ook niet: hij heeft het immers niet over het plekje van onze individuele caravan, maar over het beheer van de camping en hoe die camping, zijnde de Westerse cultuur, zich positioneert in het mondiale landschap. We mogen dan wel met zijn allen ijverig in eigen boezem gluren als individu, Knoope vraagt ons ook eens in eigen boezem te kijken als samenleving in z’n geheel. Ik heb hier niet de ruimte om zijn vele voorbeelden te citeren. Zijn verhaal komt erop neer dat we meer oog moeten hebben voor geschiedenis. Uit die geschiedenis kunnen we leren vanwaar actuele problemen van terreur afkomstig zijn. Heel vaak zijn die terug te voeren naar de Westerse expansiedrang en het idee dat onze Westerse manier van kijken superieur is. Dat gaat over de kruistochten, maar evengoed over Napoleon. Om over de buitenlandse politiek van bijvoorbeeld de Verenigde Staten nog maar te zwijgen. Knoope wil op die manier uiteraard niet het terroristische geweld minimaliseren of goedpraten. Enkel vraagt hij oog te hebben voor de historische context ervan. Hij vraagt ons te zien dat andere culturen een heel ander beeld kunnen hebben van leven en wereld. Dat niet iedereen wereldwijd idealen van vooruitgang en toekomst centraal stelt, maar ook betekenis geeft aan wat nu gebeurt vanuit het verleden en vanuit vernederingen uit het verleden. Bovenal geeft Knoope aan dat het Westerse superioriteitsgevoel zeer ongepast is. Mondiaal gezien gaat dit om een minderheidspositie. Kapitalisme, individualisme, modernisme en secularisme zitten nu tegen hun houdbaarheidsdatum aan, zegt hij nog. ‘Een overdosis aan marktdenken maakt mensen homeless.’ Ik noem slechts drie van een langere reeks oplossingen die hij biedt. Niet repressie staat er centraal, maar het opwaarderen van het burgerschap (waar het GO! nu op inzet). Knoope: ‘Investeer in de maatschappelijke positie en politieke participatie van de jeugd. Creëer ruimte en condities waarin die participatie kan plaatsvinden. Op veel plaatsen heeft terrorismebestrijding de ruimte voor politieke participatie juist verkleind’. Verder: ‘Investeer in daadwerkelijke emancipatie en integratie van alle groepen in de samenleving op alles niveaus. Voorbeelden als president Obama en burgemeesters als Khan (London) en Aboutaleb (Rotterdam) zijn belangrijke rolmodellen die aantonen dat emancipatie en politieke participatie kunnen werken en dat de maatschappelijke ladder naar boven toegankelijk is voor iedereen’. En tenslotte: ‘Verleg de band tussen overheid en bedrijfsleven naar een herstelde band tussen overheid en burger’. En laten we beginnen in de wijken. Dat wil zeggen: waar zich het medebeheer van de camping kan afspelen. Of: waar we samen in eigen boezem kijken.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *