Zin in seks

Het zou kunnen dat Harvey Weinstein definitief zijn naam heeft gegrift in de geschiedenis van de morele vooruitgang. We kunnen maar hopen dat de vloed aan berichten over de wansmakelijke seksuele praktijken waaraan de man zich verlustigde en de vernedering van vrouwen die daarmee gepaard ging, een keerpunt kunnen betekenen in wat al veel langer, als een té stil sluimerend probleem, overheersende genderpatronen kenmerkt: de man als seksueel dominant, de vrouw als gewillig en onderdanig. Dat patroon kwam op een andere manier – in al z’n aversie opwekkende primitiviteit – naar boven in nieuwberichten over seksueel misbruik van (vooral) vrouwen en meisjes met een geestelijke beperking. Er blijven natuurlijk ook die vele verhalen over seksueel misbruik door katholieke priesters. En nog niet zo lang geleden konden sporters eenzelfde probleem aankaarten in verband met grensoverschrijdend gedrag van coaches. Tien jaar geleden mocht ik nog promotor zijn van een masterproef in de moraalwetenschappen door Tine Vertommen – zeer goed thuis in het (top)sportmilieu –  over dit thema. Toen zij als vervolg daarvan een doctoraatsonderzoek hierover hoopte gesubsidieerd te krijgen, lukte dat niet meteen. Ik meende soms zelfs enige scepsis te moeten ontwaren als ik het idee ter sprake bracht: ‘Zo erg zal het toch allemaal niet zijn?’ Intussen studeerde Tine ook nog criminologie, kreeg ze haar onderzoek gefinancierd en verdedigt binnenkort een doctoraat aan een Antwerpse faculteit Geneeskunde. Van scepsis is al lang geen sprake meer. Dat heet morele vooruitgang.

Uiteraard is dat absoluut verheugend en werd het hoog tijd dat slachtoffers van dergelijke praktijken een stem krijgen in de media. Maar vanuit filosofisch, ethisch en politiek perspectief is hier ook nog een ander verhaal over te vertellen. Onlangs nog mocht een door journalist Joël De Ceulaer voor De Morgen geïnterviewde en door Etienne Vermeersch als briljant omschreven jongeling op de cover van een weekendbijlage verkondigen dat ‘de seksuele revolutie een grote ramp was’. Dat geluid horen we al langer bij conservatieve denkers allerhande, van de Britse psychiater Theodore Dalrymple tot de Nederlandse filosoof Ad Verbrugge. Het credo luidt er dat de seksuele bevrijding, vanaf pakweg eind jaren zestig, uiteindelijk heeft geleid tot de normloosheid die we nu in veel te veel even wansmakelijke gedaantes zien naar boven gespit worden. Dat lijkt me dan weer niet onder een idee van morele vooruitgang te vallen, integendeel, ik zie er opnieuw beelden opduiken die de lang bestaande genderpatronen gaan herbevestigen. In die zin zouden alle hogergenoemde nieuwsberichten een minder wenselijk effect kunnen hebben en koren op de molen gooien van heren en dames die naar compleet voorbijgestreefde rolpatronen terugverlangen.

Maar misschien bestaan er alternatieven voor die traditionele, onderdrukkende ideeën dan een terugkeer naar een restrictieve moraal?

In 2007 publiceerde de Nederlandse Stichting Waterland, een linkse denktank, een heel mooi en inspirerend essay van Brechtje Paardekooper en Dylan van Rijsbergen onder de titel Slow Sex. Een erotisch beschavingsoffensief. Sterk beïnvloed door het werk van de Franse filosoof Michel Foucault schetsen zij een beeld van de dubbelheid van de westerse seksmoraal. Die moraal, die vorm kreeg binnen een joods-christelijke traditie, wordt vooral gekenmerkt door een restrictieve benadering en vraagt vooral om te voldoen aan extern opgelegde normen over welke handelingen al dan niet werden of worden toegestaan en wààr die werden toegestaan. Lees: binnen het traditionele huwelijk en met de man aan het roer. Die restrictieve en sterk normerende houding, met al haar dubbelzinnigheid, riep vervolgens een tegengestelde reactie op waarbij geen enkele seksuele handeling nog taboe was. Uiteraard heeft dit veel mensen verlost van schaamte en schuldgevoel, geven de auteurs aan, en is de weg zo – gelukkig maar – vrijgemaakt naar ‘een brede beleving van genot’. Aan dat wegvallen van grenzen zaten echter ook negatieve kanten van misbruik en dwang. ‘Alles kan’ werd te vaak ‘alles moet’, met een Weinstein-affaire als recent voorbeeld daarvan.

Een even ingrijpend gevolg was de verregaande commercialisering van seks, zeker sedert internet het aantal mogelijkheden daartoe exponentieel heeft laten groeien. Ik citeer uit Slow Sex: ‘Commercialisering leidt tot een bepaalde normloosheid en grenzeloosheid en het objectiveren en tot product maken van de “ander”. Begeerte krijgt daarmee het karakter van ongebreideldheid, waarbij het niet meer om kwaliteit maar om kwantiteit gaat – er moet immers geconsumeerd worden’. Seks wordt junkfood. Honger wordt niet gestild, maar alleen maar telkens opnieuw opgewekt door niet of nooit te vervullen begeerte. ‘Als er maar onderlinge toestemming is’, zo klinkt dan vaak het verweer. Dat mag zo zijn, maar het schiet schromelijk tekort als enige richtlijn, lijkt mij. Brechtje Paardekooper en Dylan van Rijsbergen brengen een ander element aan en stellen voor seksuele lust te laten samengaan met levenskunst: ‘het beleven van seksualiteit zonder de vooroordelen en angsten die we vanuit onze cultuur hebben meegekregen, maar met openheid en respect voor seksualiteit as is, niet als iets heimelijks of beangstigends. En vanuit een houding van zelfstandigheid, als een levenskunst, als een positieve toevoeging aan het leven en niet als het aanvullen van een psychisch tekort’. Met filosoof en psychoanalyticus Erich Fromm pleiten zij voor een seksueel genot, lees: erotische vreugde, die ‘wortelt in overvloed en vrijheid’ en die uiting is van ‘zinnelijke en emotionele creativiteit’. De restrictieve moraal, waarvan het tegendeel uitwassen allerhande zijn, krijgt hier een alternatief in een intrapersoonlijke seksuele moraal. Een erotische of seksuele relatie verloopt niet vanuit een positie van dominantie en macht van de een naar de andere toe. Individuen geven er in tegendeel vanuit een gelijkwaardige houding en op een vrije en creatieve manier vorm aan hun erotisch-levenskunstige relatie. ‘Zin in seks’ is dan geen uiting meer van een tekort of een schaarste die dient aangevuld, maar een reactie vanuit overvloed en vanuit een relatie van onderlinge zingeving. Zin is dan meta-fysiek en seks een erotische en dialogische zoektocht naar zin in en van het leven.

Zo bekeken is de seksuele revolutie helemaal niet ontaard, zoals conservatieve moraalridders menen, maar onvoltooid. De seksuele revolutie is gewoonweg nog niet consequent doorgezet zolang ze overschaduwd blijft door macht en dominantie. Ik denk dat de recent in het nieuws gekomen schandalen hier tot een nieuw begin kunnen leiden. In 2007 al schreven Brechtje Paardenkooper en Dylan van Rijsbergen dat de onduidelijkheid over seksuele normen en relatievormen het begin konden zijn van iets nieuws: seksuele relaties vormgeven op basis van gelijkwaardigheid. Het volkomen ontbreken daarvan kenmerkt op afstotende wijze de recente schandalen. Het dwingende keurslijf van een voorbijgestreefde moraal dat doemdenkers graag hanteren, kan hier geen alternatief zijn. De auteurs van Slow Sex hebben het over een gereedschapskist van best practices die zouden kunnen leiden tot optimale seksuele contacten. Dat is: optimaal vormgeven aan vrijheid en creativiteit en in één beweging uitwassen van ongewenste intimiteit en seksueel misbruik tegengaan.

 

Een verkorte versie van het boek(je) Slow Sex. Een beschavingsoffensief is terug te vinden op slowsex.nl.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *