De weg

In een interview in Knack Focus vertelde Peter Terrin eens over zijn bezigheden naast of buiten het schrijven. Hij blijkt een voorliefde te hebben voor het ‘verzamelen’, in casuhet verzamelen van oude schrijfmachines. Daarnaast, en hier gaat het mij natuurlijk om, zegt hij iets opmerkelijks: ‘Kilometers, dat verzamel ik op middelbare leeftijd ook, met mijn koersfiets, een schitterende machine, en dat zo veel en zo vaak als ik maar kan. Woorden en kilometers, ze wisselen elkaar af; ik ga elke dag op zoek naar buit’. 

Ik scheur het interview uit het tijdschrift en leg het op het stapeltje documentatie dat ik – nou ja – verzamelde om er uiteindelijk deze column uit te destilleren. Mijn fascinatie gaat al enkele weken uit naar het fenomeen van ‘de weg’. Elders in dit nummers begin ik mijn relaas over ‘mijn’ Ventoux met de opmerking dat wij in ons spreken vaak metaforen gebruiken die verwijzen naar onze lichamelijke manier van in de wereld zijn. Wat is een metafoor? Het is een beeldspraak waarbij een vergelijking wordt gehanteerd die letterlijk genomen nergens op slaat, maar die in figuurlijke zin veelzeggend is en die we allemaal begrijpen. Als we het hebben over ‘de weg naar wijsheid’, dan zal geen kat zich een beeld van die weg proberen voor de geest halen (een kasseibaantje, een snelweg?…), maar we snappen toch allemaal wat hier gezegd wordt. Je moet iets doen, je moet in beweging komen om die wijsheid te bereiken. Ze ligt niet hier en nu voor het rapen. De koersfiets van Peter Terrin, de weg naar wijsheid waar in het Boeddhisme wordt naar verwezen of de wandelingen van Aristoteles met zijn leerlingen: er is iets met wegen en wijsheid, met kennis zelfs. Lees De oude wegen, een schitterende bundel essays van Robert MacFarlane. Ik citeer: ‘Het pact tussen lopen en schrijven is bijna zo oud als de literatuur zelf – een wandeling is maar één stap verwijderd van een verhaal, en elk pad vertelt’.

Ik kende de naam van George Borrow niet voor ik het boek van MacFarlane las. Borrow legde in de jaren twintig van de negentiende eeuw duizenden kilometers te voet af. De man leerde op zijn tochten vele talen kennen. Naar verluidt sprak hij er op zijn achttiende al twaalf. Dat zouden er in de loop van zijn leven om en bij de veertig worden, waaronder het Nahuatl en het Tibetaans. In de winter van 1832 vroeg de British and Foreign Bible Societyhem om een onderhoud over de mogelijkheid de bijbel in enkele minder gebruikelijke talent te vertalen. Hij vertrok, te voet, vanuit Norwich en legde in zevenentwintig uur ongeveer honderdtachtig kilometer af. Zijn bevoorrading bestond uit een groot glas bier, een glas melk, een broodje en twee appels. Hij aanvaardde de opdracht het Nieuwe Testament in het Mantsjoe te vertalen, maar verzweeg daarbij wijselijk dat hij die taal niet kende. De man schafte zich een aantal boeken aan, reisde terug per koets en bleek drie weken later in staat aan de vertaling te beginnen. Ik schrik er niet van als ik lees dat Borrow de lange wandelingen ook gebruikte om zijn depressies te boven te komen. In 1867 wandelde ene John Muir ruim vijftienhonderd kilometer van Indianapolis neer de Florida Keys. Vijfentwintig jaar later werd The Sierra Clubopgericht. De clubleden werden geïnspireerd door Muirs overtuiging dat het lichamelijke contact van de wandelaar met de ongerepte wereld zowel wereld als wandelaar te goede kwam. Wandelen, op weg gaan, hebben van oudsher alle uitstaans met kennis in het algemeen en zelfkennis in het bijzonder. Wallace Stevens, een Amerikaanse modernistische dichter: ‘Misschien hangt de waarheid af van een wandeling rond een meer’. De Deens filosoof Sören Kierkegaard meende dat de geest optimaal functioneert bij een wandeltempo van 4,5 kilometer per uur. In zijn dagboek schrijft hij dat hij tijdens een zwerftocht zo door ideeën overweldigd raakte dat hij bijna niet meer kon lopen. Wandelen is dus niet zozeer een middel om tot kennis te komen, het is het voertuig van de kennis zelf. Een Apache-stam noemde alle vormen van nagedachtenissen, bijvoorbeeld verhalen of liedjes, gewoonweg ‘voetafdrukken’. Het Klinchon-volk uit Noord-Canada heft slechts één woord voor zowel kennis als voetafdruk. We denken met onze voeten, schreef Friedrich Nietzsche. Charles Darwin had door het bos en de akkers rond zijn huis een kronkelig zandpad laten aanleggen. Dagelijks wandelde hij daar en hij noemde dat zijn denkwerk. 

Wandelen, het afleggen van een weg, leidt tot inzicht. Ja, goed. Ik bedacht dat tijdens mijn verblijf aan de Mont Ventoux. Het idee om iets over het fenomeen van ‘de weg’ te gaan schrijven begon te rijpen op de flanken van de ‘Kale Berg’. Ik wou te voet naar de top, maar niet langs de geijkte wegen waar ook auto’s hun ding kunnen komen doen. Ik zocht dus een weg door de bossen, zij het eerst tussen uitgedroogde struiken langs zanderige wegen met onaangenaam te bewandelen stenen. Ik vond de weg niet. De ideeën vonden mij wel. Ruw. Onafgewerkt. Uitdagend. Ik dacht aan soorten wegen. Er is de weg op de Ventoux die ik eerder al was opgefietst, zoals zovele anderen al. Het is de gebaande weg, de geijkte weg. De weg die je niet moet zoeken. De Duitse filosoof Hans-Georg Gadamer verwijst naar de oorsprong van ons woordje ‘methode’. Dat is afgeleid van het Griekse methodosen betekent iets als ‘de weg van het nagaan’. Nagaan kan slaan op het ‘nog eens afleggen’, maar ook op het ‘controleren’. De weg van het nagaan is de weg die is vastgelegd, de weg die geen verrassingen meer biedt, die voorspelbaar is. We hebben die weg soms nodig. Stel dat die vele fietsers ook nog eens zouden moeten gaan zoeken op de flanken van de ‘Kale’. Een andere Duitse filosoof, Martin Heidegger, noemde een bundel essays van hem Holzwege. Hij kwam tot dat woord tijdens zijn wandelingen in het Zwarte Woud. Holzwege zijn weggetjes die door houthakkers worden gemaakt. Ze leiden naar nergens. Ze getuigen enkel van het zoeken naar hout. 

Verschillende wegen, verschillende soorten van denken. Maar de weg heeft dus iets met denken. Denken heeft iets met een manier van bewegen. Ik zit hier een beetje te stotteren. Zie de weg niet duidelijk genoeg. Ik wil iets zeggen, maar kan er niet de hand opleggen. Zoals al gezegd: het idee om dit te schrijven rijpte tijdens een wandeling op de Ventoux. En dat ik er de weg niet vond. Geeft u me nog een paar wandelingen tijd?

Geef een reactie