Laudatio Rudi Vranckx

De vraag waarom Rudi Vranckx bij uitstek dit eredoctoraat verdient van onze door humanistische waarden en ideeën gestuurde universiteit laat ik hem zelf beantwoorden. Ik doe dat met enkele citaten uit zijn boek ‘Mijn kleine oorlog’, over zijn ervaringen aan het front, verspreid over dertig jaar professionele activiteit.
‘Journalistiek is slechts een middel om een doel te bereiken: een rechtvaardige en eerlijke samenleviung, zonder geweld of haat’.

Met een vraag om alertheid:
‘Het geeft me de kans om mensen in het Westen nog even uit hun lethargie te halen’.
Na de moord op Yitzah Rabin in 1995: ‘Ik besef dat journalistiek meer is dan het koel beschrijven van feiten, met oorzaak en gevolg. Hart en hoofd zullen nu altijd verbonden blijven’.
Na een zoveelste gruwelverhaal op de Westelijke Jordaanoever: ‘Toch zal het ooit anders zijn, omdat het niet anders kan’. Geen cynisme bij Rudi Vranckx, wel blijvende hoop.
Of hij laat anderen aan het woord. Hij citeert dr. Mukwege, Nobelprijs voor Vrede in 2018: ‘Ik ben boos en vooral ontgoocheld. Ik heb in Europa gestudeerd en jullie lieten mij dromen van een andere wereld. Hoe kunnen jullie het hoofd dan afwenden van wat hier gebeurt? Ik ben diep ontgoocheld. Ik had me nooit kunnen indenken dat een beschaafde wereld als die van jullie zomaar kan toekijken. Niemand kan zeggen dat hij het niet weet, niet na al die jaren. Die stilte, waarom?’
En dan twee uitspraken van Vranckx een beetje verder in het boek: ‘Laten we in onze pogingen om grenzen te trekken ook vooral niet vergeten om onze morele grenzen te bewaken’. En, bij het zien van nog maar eens een hele reeks lijkzakken: ‘Dat is het minste wat wij kunnen doen: opnieuw mensen van hen maken’.

Ik citeer deze fragmenten ook omdat het uw stem is, mijnheer Vranckx, die niet op deze manier kan spreken voor de camera. Het is de mens achter de journalist, de mens die we niet zien op televisie.
De combinatie van deze citaten tonen een journalist die niet toestaat dat z’n denken onderworpen wordt, noch dat van anderen en die dat weigert om redenen die een diepmenselijke bekommernis uitstralen voor mens en wereld en voor de grote diversteit waarop mensen met hun werelden omgaan. Ik kon zelf geen beter antwoord bedenken dan door de heer Vranckx zelf aan het woord te laten, wat voor één keer de rollen omdraait. Doorgaans is hij het immers die mensen een stem geeft die vaak niet of veel te weinig gehoord worden. Lectuur van uw boek, mijnheer Vranckx, heeft mij expliciet getoond door welke ethische en filosofische gedrevenheid u zich laat leiden. Mag ik mijn grote bewondering en respect hiervoor uitdrukken als filosoof en als ethicus die zich in zijn academische werk graag laat inspireren door mensen zoals u die dit op het terrein belichamen.

Tot slot: Vranckx’ kleine oorlog is een oorlog voor vrijheid van denken en spreken, voor persvrijheid.

Geef een reactie